Reliant Scimitar GT SE4 (1964-1966): 

Reliant Scimitar GT SE4.jpg
dashboard SE4.jpg

Omdat de Sabre Six een beetje gedateerd raakte, ging Managing Director Ray Wiggin van Reliant op zoek naar een nieuw ontwerp. Op de 1962 Motorshow, zag hij de OGLE SX250: het was een model ontworpen door David Ogle (van David Ogle Associates) later bekend als Ogle Design. Het ontwerp was gebaseerd op de Daimler Dart SP250 zowel het chassis, de motor als de ophanging. Het was een zogenaamde 2 + 2 Coupé, waarbij op het achterbankje eigenlijk alleen twee kinderen paste. Kenmerkend is het opliggende kofferdeksel.

 

Daimler maakte geen gebruik van het ontwerp, Reliant benaderde Ogle en kocht

de rechten van het model. Een aantal subtiele wijzigingen werden aan de carrosserie doorgevoerd zodat het Reliant Sabre Six chassis en motorisering zouden passen.

Om de productie prijs te drukken, maakte Reliant zoveel mogelijk gebruik van bestaande onderdelen / componenten uit de Engelse industrie. Iets was bij de latere modellen ook herkenbaar is. 

De nieuwe Scimitar GT behield de zescilinder motor uit de Sabre, maar nu met drievoudige SU carburateurs. De motor leverde 120 pk met een topsnelheid van

117 mph (188 km/h). Voor die tijd een zeer vlotte auto.

Dit nieuwe model werd gelanceerd op de Earls Court Motor Show te Londen in 1964. Het werd geprezen om zijn elegante lijnen en prestaties. De catalogus prijs was toentertijd £ 1.292. 

Deze prijs was inclusief spaakwielen en een luxe interieur met het bekende Engelse instrumentarium. Kenmerkend is het strakke rechte dashboard. Optionele extra’s waren een De Normanville overdrive unit, elektrisch schuifdak en ZF versnellingsbak.  Er zijn 296 st. van deze 1e GT geproduceerd. 

Reliant Scimitar GT SE4B (1966) 

In het najaar van 1966 werd de Ford de 2,6-liter zescilinder motor vervangen door de nieuwe 3-liter Essex V6-motor. Dit betekende dat Reliant behoorlijk ontwikkelingswerk moest doen om de bestaande Scimitar GT geschikt te maken voor de nieuwe krachtigere motor, ook om tot betere prestaties en wegligging te komen.

De Ford Essex motor was korter, door het motorschot verder naar achteren te monteren verbeterde tevens gewichtsverdeling. De draagarmen zijn herpositioneerd, het chassis werd versterkt door o.a. extra dwarsbalken, aangepaste wielophangingspunten en er werd een stabilisatorstang werd aangebracht. Andere modificaties waren; vervanging van de spaakwielen door bredere stalen wielen, de achteras kreeg een hogere overbrengingsverhouding (3,58: 1 in plaats van 3,875: 1).

Het interieur werd aangepast om met zijn tijd mee te gaan . Er was nu een volledig zwart interieur (inclusief zwarte instrument randen in plaats van de eerdere chrome versies ). Het dashboard had crash pads aan de boven- en onderkant en verbetering van de ventilatie door het aanbrengen van een ventilator met standen schakelaar.

Er zijn in totaal ca. 590 st. van deze uitvoering geproduceerd

 

 

Reliant Scimitar GT SE4C (1967)

 

Reliant introduceerde hun derde en laatste versie van de Scimitar GT in het najaar van 1967. Om zijn aantrekkingskracht (prijstechnisch) te verbreden introduceerde men een iets minder krachtige Scimitar GT.

 

Met behulp van Ford's 2,5-liter versie van de V6-Essex motor kon de auto nog steeds snelheden bereiken van meer dan 110 mph (177 km/h)en daarbij een iets lager brandstofverbruik. Deze uitvoering koste  ongeveer £ 120 minder dan de 3.0 liter versie.

Uiterlijk was het enige verschil tussen de 3-liter en 2,5-liter versies de kleine badge op de kofferbak die de grootte van de motor aangaf. Ongeveer 118 stuks van het instapmodel 2,5-liter Scimitar GT's werden geproduceerd. De productie van de standaard Scimitar GT werd voortgezet tot november 1970.

Documentatie

& brochures

Technische

specificaties

Films